DE JACHTHOORN


De Trompe d'Orléans

De Franse jachthoorn neemt in de geschiedenis van de koperen blaasinstrumenten een belangrijke plaats in. Zij is de opvolger van de eenvoudigere signaalinstrumenten en de voorloper van de concerthoorn zoals die heden ten dage gebruikt wordt in orkesten.

Het is aan het Franse hof, onder Lodewijk XIV en XV (17de en 18de eeuw), dat de parforcejacht (meutejacht) een enorme opleving kende en dientengevolge ook het tijdens deze jacht gebruikte signaalinstrument. Zonder mobiele telefoon was en is de jachthoorn nog steeds een ideaal instrument om in de bossen te communiceren. Er zijn anekdotes waaruit blijkt dat deze hoorn tot op 5 kilometer hoorbaar is. Wellicht is dit visserslatijn, maar laat het 3 kilometer zijn, dat is ook al heel wat!

Het instrument, vervaardigt uit een koperlegering, bestaat uit een lange opgerolde buis. In de loop der eeuwen zijn er verschillende modellen gemaakt (Dampierre, Dauphine) van verschillende buislengten, toonaarden en windingen. Het uiteindelijke model waar nu nog op wordt geblazen is de Trompe d'Orléans; 4,545 meter, 3 1/2 windingen, doormeter van 37 cm en in D (re) gestemd.

De Signalen

De 57 signalen die tijdens de jacht werden en worden gebruikt zijn voor een groot deel geschreven door de Franse hofcomponist Markies Marc-Antoine de Dampierre. Deze over het algemeen korte fanfares informeren deelnemers betreffende het bejaagde wild (wildzwijn, ree, et cetera) maar ook betreffende verschillende jachtomstandigheden: "Rentrée dáns l'Eau" (het wild zoekt het water op), "Changement de Forêt" (het wild gaat naar een ander deel van het bos) en ook "vers le Nord/Sud/Ouest/Est" (naar het noorden/zuiden/westen/oosten). Veel later (in 1898) doet zelfs de fanfare "Le passage du Chemin de Fer" (het oversteken van de spoorlijn) zijn intrede in het jachtrepertoire.

Naast dit praktische jachtrepertoire werden er ook steeds meer stukken geschreven om plechtigheden en religieuze aangelegenheden muzikaal te omlijsten. Dit was mogelijk dankzij de technische verbeteringen die in de loop der tijd zijn aangebracht.

Verspreiding en ontwikkeling

Het Franse hof stond met al zijn pracht, praal en vooral rijkdom in het middelpunt van de belangstelling in Europa en als men er een beetje bij wilde horen moest men de Franse taal en cultuur kennen. Vandaar dat ook de Franse jachthoorn zich langzamerhand verspreidde door Europa. Zo wordt de hoorn door de adel geïntroduceerd in Bohemen, waar men een eigen stijl en interpretatie hanteerde. Als later tussen 1810 en 1830 kleppen en ventielen worden ontworpen en Anton Joseph Hampel de stop- en demptechniek ontwikkelt is de weg vrij om de hoorn steeds meer op te nemen in orkesten en het instrument verder te ontwikkelen tot de huidige concerthoorn.

De Franse jachthoorn kreeg in 1817 zijn definitieve vorm van hoornbouwer Périnet. Enkele kleine wijzigingen als de samenstelling van de legering, vorm van het paviljoen (beker) en de bouw van het eerste deel van de buis daargelaten.

De laatste decennia

Momenteel wordt de Franse jachthoorn bespeeld in Frankrijk, België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Polen, Québec en Zwitserland. Ook in Engeland en zelfs Marokko schijnen hoornblazers te zijn.

Vanaf de jaren 60 kent de Franse jachthoorn een grote opmars. Kwantitatief wegens een toenemend aantal jachtverenigingen in Frankrijk, maar ook kwalitatief heeft dit instrument grote sprongen gemaakt. Verschillende verenigingen ter promotie van het instrument werden opgericht in Frankrijk en de Benelux (FITF en BJF). Zij organisieren stagedagen om aan de hand van gerenommeerde leraren de beheersing van het instrument te perfectioneren alsook jaarlijks terugkerende concoursen en evenementen. Dit heeft zeker zijn vruchten afgeworpen, het technische niveau is nog nooit zo hoog geweest als nu!

Naast deze individuele ontwikkeling zijn ook de groepen qua niveau sterk verbeterd; waar hoornblazen tijdens de jacht voornamelijk een solo gebeuren is, is het daarnaast ook een "teamsport" geworden. Verscheidene componisten schrijven ter vermaak grote groepsstukken die 4, 5 tot zelfs 6-stemmig worden uitgevoerd : eerste stem, tweede stem, "stopstem", vulstem en een tweevoudige baspartij. Sommige groepen organiseren volledige concerten, brengen CD's uit en luisteren trouwfeesten, missen en begrafenissen op.

En nog evolueert de hoorn verder! Waar het gros van de componisten melodieuze stukken componeert, richt de nieuwé generatie (S. Oudot en D. Donders) zich meer op de akkoorden. Dit vergt een mentaliteitsverandering en een volledig andere visie op dit instrument. "Nieuwe" akkoorden worden geïntroduceerd in de jachthoornmuziek, de grenzen worden opgezocht en soms zelfs verlegd, zo getuige de laatste CD van Le Débuché de Paris: "Musique Sacrée".